We zitten in het klaslokaal. Ik op een krukje, de leerkracht achter zijn bureau. “Als ik alleen maar van dit soort leerlingen zou hebben, dan zou ik stoppen met lesgeven. Het zou saai worden.” Ik glimlachte”, ik kan me voorstellen dat het dan best eentonig en saai wordt.

De leerkracht met wie ik spreek heeft het over een leerling van wie de werkhouding goed is, altijd op tijd op school is, huiswerk doet, het ziet er goed uit en de scores zijn altijd A. Schoolprocedures maakt hij heel makkelijk eigen. Werkelijk weinig werk. “Ik denk dat hij hoogbegaafd is zei de docent.

Een gevoel van weerstand borrelde in mij omhoog. Nog steeds heb ik moeite met dit soort uitspraken. Ik hou van ontwikkelen van wat er al is, sterke kanten. Het in hokjes plaatsen laat vaak zien wat niet goed gaat of beter moet worden. Mijn opleiding tot toegepast psycholoog maakt niet dat ik er tegenaan schop. Waar ondersteunend en helpend voor de jongeren worden onderzoeken uitgevoerd door specialisten en hun adviezen serieus genomen.

Uitkomsten van onderzoeken, adviezen en behandelplannen zijn niet het wetboek, juist door te luisteren en verbinden met de jongere sluiten we aan bij wat de jongere wil leren en ontwikkelen. Daar kunnen handvatten uit onderzoek helpend zijn. Als toegepast psycholoog neem ik psychodiagnostiek en dus onderzoeken van collega’s serieus, maar ik wil graag verder kijken en echt kijken naar oplossingen naar waar een jongere zich ook in kan vinden en op ‘aan’ gaat.

Onderzoeken door specialisten benoem ik omdat het vaak voor hen al uitdagend genoeg is om de grens tussen (hoog)begaafdheid, creatief denken en hoogpresteren te beoordelen. B Kingore gaf onderstaand vergelijking / driewegmodel. Dit geeft een indruk van de verschillen tussen leerlingen. En het is natuurlijk niet zo zwart is als het hieronder staat. Ieder mens en dus jongere is uniek, de context speelt een grote rol in deze ontwikkeling. Het staat niet vast, zeker niet als we een context aanbieden waar de jongere zich kan ontwikkelen.

´De leerkracht geeft een nieuwe taak. De hoog presterende leerling vraagt zich meteen af wat de leerkracht verlangt, zodat hij precies kan doen wat de leerkracht zou willen dat hij zou doen. “Wat wil je echt?”

De begaafde leerling denkt na hoe hij de opdracht het liefst wil doen. Wat vind ik interessant om te leren? “Wat ik zou willen doen…”

In de creatieve geest, komen allerlei ideeën simultaan in hem op, wat kan er allemaal uitgezocht worden?

De leerkracht stelt een vraag aan de klas.

De hoog presterende leerling is blij, want deze weet het antwoord en voelt zich zeker: “Ik weet het antwoord!”

De begaafde leerling overweegt de verschillende mogelijkheden en alternatieve perspectieven: “Misschien bedoelen ze……”, of “ Het zou kunnen zijn dat…”, of “ Een andere manier om dit te zeggen is…”, of “Ja, maar…”.

De creatieve denker is nog steeds volop bezig met zijn eindeloze mogelijkheden van de vorige opdracht, nog zo geconcentreerd met zijn eigen ideeën dat hij de vraag compleet gemist heeft.´

De begaafde jongere of creatieve denker die niet makkelijk de schoolprocedures eigen maakt, zich ‘anders’ voelt krijgt nogal eens ‘verkeerde’ boodschappen of eigen kunnen en mogelijkheden. Net als de leerling die een hoogpresteerder is en een aanbod krijgt voor de hoogbegaafde en zijn kwaliteiten op een andere manier beter tot ontwikkeling kunnen komen.

De niet ondersteunende boodschappen en overtuigingen bij de tiener bij het in het hokje plaatsen dragen bij aan prestatiedruk en stress. Het gevoel van het niet (meer) te kunnen. In een situatie van stress leert niemand, vanuit plezier en interesse ergens mee bezig zijn draagt bij aan flow. Moeiteloos leren en ontwikkelen doordat het als vanzelf gaat. De flow is waar bij Rightinplace ruimte voor is door te zoeken en bezig te zijn met activiteiten die voldoende uitdagen en bijdragen aan plezier en motivatie.

Iedere jongere is een hero4future. Zeker als ze zichzelf kunnen accepteren en ontdekken waar ze goed in zijn. Daarom wordt er gewerkt vanuit autonomie en eigen ideeën en manier van denken. We nemen de tijd voor iedere jongere, hebben aandacht voor executieve functies en er wordt gewerkt vanuit de sterke kanten. Er wordt onderzocht welke interesses en kwaliteiten de jongere heeft en hoe hij dat kan gebruiken om doelen te behalen.

Er komen regelmatig jongeren die het geloof in leren, school en zichzelf kwijt zijn. Ze hebben overtuigingen dat het niet gaat lukken, ze het niet kunnen of ‘anders’ zijn. Het kost soms even tijd om hen te laten ervaren dat ze ok zijn en kwaliteiten hebben die juist nodig zijn voor innovatie en succes. Wellicht andere kwaliteiten dan de veelvoorkomende en daardoor niet altijd (h)erkend. Maar juist in die verschillen zit de kracht.

Ben of ken jij de jongere die een positieve omgeving met leuke activiteiten weleens wil uitproberen? Wanneer het bovenstaande herkenbaar is en de juiste plek zoekt om iets te maken,  bezig te zijn op het niveau zodat er sprake is van uitgedaagd worden en plezier kom dan eens kennis maken. Neem contact om om een hoekje te kijken of het bij je past. Ga voor het behalen van doelen op een manier die leuk is.

 

Bibliografie

C.S. Dweck, E. L. (1988). A Social-Cognitive Approach to Motivation and Personality. Psychological Review, 256-273.

Gardner, H. (2006). Multiple Intelligences: New Horizons in Theory and Practice. New York: Basic Books.

Gray, P. (2013). Free to Learn. New York: Basic Books.

Hiemstra, D. E. (2013). De sterke kanten benadering: Persoonijke Kwaliteiten als Hefboom voor Verandering. Opgehaald van Research.utwente.nl: https://ris.utwente.nl/ws/portalfiles/portal/63693679/De_sterke_kanten_benadering_hiemstra_bohlmeijer.pdf

Jolles. (2020). Leer je kind kennen. Uitgeverij Pluim.

Kingore, B. (2008). Bertie-Kingore-High-Achiever-Gifted-Creative. Opgehaald van https://www.coloradogifted.org: https://www.coloradogifted.org/wp-content/uploads/Bertie-Kingore-High-Achiever-Gifted-Creative.pdf?msclkid=5f15af92c53d11eca5e0a652ff03942d

  1. Dawson, R. G. (2019). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.
  2. Blaas. (2014, 3 10). The Relationship Between Social-Emotional Difficulties and Underachievement of Gifted Students. Australian Journal of Guidance and Counselling, 24(nummer 2), pp. 243 – 255. doi:https://doi.org/10.1017/jgc.2014.1

S.F. Isgett, B. F. (2015). Broaden-and-Build Theory of Positive Emotions. Elsevier Ltd. Opgeroepen op 12 20, 2021

Swinnen, L. (2021). Activeer je nervus vagus. Tielt: Lannoo.

Vegt, A. L. (2016). Antwoord-B-Levert-fysiek-bezig-zijn-met-spel-en-beweging-een-bijdrage-aan-sociaal-en-emotioneel-leren.pdf. Opgehaald van Kennisrotonde:

https://www.kennisrotonde.nl/sites/kennisrotonde/files/migrate/040-Antwoord-B-Levert-fysiek-bezig-zijn-met-spel-en-beweging-een-bijdrage-aan-sociaal-en-emotioneel-leren.pdf

 

×

Powered by WhatsApp Chat

× Stuur een bericht