Ik denk dat ik haar met grote ogen en vol bewondering aankeek. Het was niet mijn bedoeling, maar het was volgens mij niet te missen door haar. Ik was echt onder de indruk op de manier waarop mijn collega vertelde over de nieuwe baan die ze net had geaccepteerd. Een heel andere functie en inhoudelijk dus ander werk dan wat ze nu deed. Ze gaf aan dat ze niet wist of ze het kon, een deel van het werk had ze nog nooit gedaan….Met een grote smile, twinkelende en beetje uitdagende ogen, vertelde ze me dat ze er alle vertrouwen in had. Het zou helemaal goed komen. Ze hoefde toch niet alles direct te kunnen? Wat ze nog niet kon zou ze wel leren. Ik kende deze collega niet zo goed en had nooit met haar samen gewerkt, maar ze was duidelijk gedreven. Enigszins jaloers merkte ik dat ze geen last leek te hebben van de gedachte dat ze zichzelf misschien beter had ‘verkocht’ dan wat ze waar zou kunnen maken. Ik was onder de indruk van haar zelfvertrouwen of misschien ook wel zelfoverschatting, -bedacht ik me later-. Ik droomde even weg en stelde me voor dat ik aan zo’n uitdaging zou beginnen. Dat ik zou gaan werken in een functie wat ik (deels) nog nooit had gedaan en wat ook niet echt in het verlengde lag van mijn huidige werk. Een onrustig gevoel borrelde op en het was niet eens echt mijn situatie.

Ontmaskerd worden

Het is natuurlijk niet erg om nieuwe dingen te proberen, ik hou ervan, maar iets wat je echt nog niet kan/kent? Stel dat je de functie hebt en vervolgens blijkt dat je het toch niet kan? Ok, er waren wel raakvlakken, maar toch, ze kenden me natuurlijk niet. Het risico dat ik dan door de mand zou vallen zou groot zijn. Bij zo’n uitdaging is de kans best aanwezig dat je door de mand zult vallen.

De afgelopen weken kwam deze bijzondere soort onzekerheid, zoals hierboven beschreven in meerdere coachtrajecten voorbij. Niet heel raar aangezien 70% van de mensen hier in zijn loopbaan wel eens mee te maken heeft gehad. Toen ik aan mijn klanten uitlegde wat het was en dat dit ‘beestje’ ook een naampje heeft, was daar een soort opluchting. Het ‘beestje’ heet imposter syndroom en zij waren niet de eersten die hier mee te maken hadden. Het imposter syndroom heeft te maken met het feit dat je gelooft dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt. Het beeld dat je mooier, beter, succesvoller voordoet dan je bent, En let even op, het gaat om het feit dat je gelooft dat je dit doet, dat wil dus niet zeggen dat het klopt. Waarschijnlijk ben je ook succesvol in wat je doet, alleen ‘zie’ jij iets anders.

Gezond portie trots

Je denkt dus eigenlijk dat je anderen voor de gek houdt.  Je denkt dat je de functie die je nu doet bij toeval of door veel uren te werken hebt bereikt. Inmiddels heb je misschien zelfs de benodigde papieren gehaald en toch twijfel je aan het beeld dat je laat zien aan anderen. Is het wel realistisch wat zij zeggen; is dat wat zij zien dat ik kan, ook wel echt wat ik kan? Heb jij wel eens tegen iemand gezegd: “Ik heb mazzel gehad dat ik die functie heb, (vast omdat ik aardig ben of goed in het team lig)”, “De vacature kwam net vrij toen er niemand anders beschikbaar was, toen heb ik de baan gekregen”?

Wat je mist, als je dit gevoel herkend is een gezond portie trots. Je bent bang dat je elk moment door de mand kan vallen en dan heel diep naar beneden kan storten. Als hoogsensitief persoon is die opgetrokken wenkbrauw van je leidinggevende, een non verbale reactie van een collega, die kleine dingen je altijd weer moet zien, net die trigger die je misschien nog onzekerder maakt. Ondertussen ben je heel hard bezig om alle ballen in de lucht te houden die ervoor moeten zorgen dat je voldoet aan dat beeld waaraan je denkt dat je moet voldoen. Met ‘zweetdruppels op je voorhoofd’ kijk je naar je collega’s die precies lijken te weten wat ze aan het doen zijn en waarvan lijkt dat ze alles perfect aankunnen.

Ik kan’t, ik kan’t

Wanneer je last hebt van het imposter syndroom heb je vaak de neiging om de successen die je hebt toe te schrijven aan externe factoren: De opleiding was te makkelijk, daardoor heb je het gehaald. Je had toevallig geluk dat de klant niet zo kritisch was, het kwam door je collega etc. Mislukkelingen schrijf je dan wel weer aan jezelf toe. Zie je wel ik kan dat niet goed, dat niveau heb ik niet, ik ben te slordig geweest. Maar misschien was de opdracht niet duidelijk, of was de opdracht bij nader inzien niet duidelijk gecommuniceerd?

Om niet door de mand te vallen ga je vaak hard werken om de wereld te bewijzen dat je je functie ‘waard’ bent. Dat je goed genoeg bent en het echt wel kan. Die extra uren ’s avonds of in het weekend zijn vaak ook best effectief. Als je dan succes hebt ben je niet trots op jouw inzet, maar vertel je jezelf dat het is gelukt omdat je er zoveel meer tijd in hebt gestopt. Je vertelt jezelf niet dat je door wat jij kan (competenties) succesvol bent. Een volgende keer bij een uitdaging zeg je dan niet tegen jezelf: “Hé de vorige keer is het gelukt door de inzet van bepaalde competenties, hoe kan ik dat nu nog beter aanpakken, wat kan ik anders doen? Je begint net zo onzeker als de vorige keer, of misschien nog onzekerder. Welke competenties je hebt, of hebt ontwikkeld heb je de vorige keer niet opgeslagen omdat je succes buiten jou lag toch? Door die collega of de extra uren die je erin hebt gestopt, niet door de inzet van jouw competenties. 

Ik hoef geen uitdagingen!

Ik krijg regelmatig de vraag:”Wat is er mis mee als ik gewoon doe wat ik nu doe? Waarom moet ik meer, ik vind het prima zo.” Wanneer je geen nieuwe dingen probeert of leuke uitdagingen buiten je comfortzone aangaat, dan leer je ook weinig nieuws, er zijn geen successen om te vieren en trots ervaren doordat iets is gelukt wordt steeds minder. Je beeld van wat je echt goed kan is niet meer goed. Dat verkeerde beeld maakt je meestal onzekerder en ongemotiveerd, je raakt de grip kwijt en dat zorgt voor negatieve stress.

Hoe het afliep

Ik heb nooit meer van die collega gehoord of het zo geweldig is verlopen zoals ze hoopte. Toen dacht ik: WAUW! wat een lef, wat stoer. Nu denk ik ook: “Zou ook kunnen dat ze het niet helemaal zo voelde, maar haarzelf positief toesprak”. En daar hebben we ook een stukje van waar we op de werkvloer tegen aan kunnen lopen. We durven vaak niet meer te zeggen dat we iets niet kunnen. Stel je voor wat er dan gebeurt met het plaatje dat er vooraf is geschetst. Je moest tenslotte opvallen tussen de andere sollicitanten. Je ging voor deze baan die je echt heel leuk leek, nu ben je aangenomen en moet je dat toch ook laten zien. Zo maken we elkaar steeds meer wijs of scheppen in ieder geval het beeld dat we alles aan kunnen en het wel kunnen ook als we het niet kunnen.

Wat een energie gaat er zitten in het beeld wat we vormen van onszelf door een bepaalde (meestal minder positieve) mindset. Je hoeft niet te vergelijken met je collega of wat je collega kan. Werk op jouw niveau, doe waar je goed in bent en kijk vooral hoe je daar bent gekomen. Ga uitdagingen aan, zie welke competenties je hebt en zet deze in. En gaat er een keer iets mis, ligt het misschien niet direct aan jou? En nee je valt echt niet direct door de mand.