Mogen proberen

Filmpje over mindset

Door meer zelfinzicht krijg je ook steeds meer inzicht in de verschillen tussen mensen en waarom iedereen zo anders is en anders reageert. De waarheid over wat normaal is, hoe je moet ‘doen’ bestaat dus eigenlijk niet. We kijken allemaal vanuit onze eigen ervaringen en reageren vanuit ons eigen systeem. Een deel van hoe we ons gedragen hebben we als erfenis gekregen van onze (voor)ouders, het zit in onze genen en een deel komt door de omgeving waarin we zijn opgegroeid en ons nu in bevinden. Jarenlang is er in de psychologie de discussie geweest of nature (die erfenis) of nature (de omgeving waar we ons in bevinden) bepalend was voor onze persoonlijkheid. Uiteindelijk moesten ze toegeven dat beide bepalend zijn voor ons gedrag, gedachten en reacties. Zie ook het filmpje onderaan deze les.

De feedback die iemand ontvangen heeft in zijn eerdere leven, wordt verwerkt tot een ‘waarheid’ in de persoon zelf. Of dit nu ging over het feit of je een ‘echte sporter’ was, ‘geen rekenknobbel had’ of ‘uit dat gezin kwam waar iedereen dyslectisch was en moeite had met talige zaken’. Uit onderzoek naar dit fenomeen door Carol Dweck bleek dat er nog iets ónder de kwaliteiten of talenten verborgen lag, namelijk het gevoel of dat je dat talent hád of het mocht ontwikkelen. Zo bleken er leerlingen die zichzelf oké vonden wanneer ze succes behaalden en er waren leerlingen die zichzelf oké vonden wanneer ze leerden en ontwikkelden. De motivationele oriëntatie van deze beide groepen kinderen was anders. De ene groep had een motivationele oriëntatie op succes/falen, de andere op groei.  Maar dat bleek niet het enige te zijn! De doelen die worden nagestreefd binnen een prestatiecontext en de manier waarop informatie wordt verwerkt vullen elkaar namelijk aan. Verschillende onderzoekers (Epstein, 1990; Henderson & Dweck, 1990) voerden aan dat motivatie-oriëntaties van invloed kunnen zijn op hoe informatie werd gezocht en hoe informatie werd geëvalueerd met betrekking tot het bereiken van doelen. Een speler met een leerdoel om zijn/haar tennisvaardigheden te verbeteren zou bijvoorbeeld op zoek gaan naar informatie die zou kunnen helpen om dit doel te bereiken, zoals een specifiek trainingsprogramma, tips van een trainer en het observeren van tennisprofessionals. Een speler met een prestatiedoel richtte zich op de reacties van anderen omdat hij/zij negatieve beoordelingen wilde vermijden en een positief oordeel wilde ontvangen.[i]  Op deze wijze leid je (onbewuste) motivatie tot een bepaalde focus en daarmee tot hetgeen er voor je in de wereld te vinden is. De wereld waarin we leven wordt op deze manier niet aan ons gepresenteerd, maar ook elke dag door onszelf een beetje gecreëerd. Dus was je al bezig om je (voor)ouders te beschuldigen van je reacties die je niet heel fraai vindt dan kan je jezelf weer terug fluiten. Want het maakt niet uit hoe je eraan komt. Je bent vanaf nu zelf verantwoordelijk omdat je in staat bent om patronen te doorbreken, andere keuzes te maken en zo je eigen toekomst vorm te geven.

Echt kunnen proberen
Maar wat als het al ‘te laat’ is? Wanneer iemand door feedback of weinig inspanning (zoals mensen die geen werkelijke inspanning hoeven te leveren om prestaties neer te zetten) een negatief zelfbeeld heeft ontwikkeld of met name prestatiedoelstellingen nastreeft?  Dweck heeft onderzocht in hoeverre je kunt leren om bepaalde manieren van doen met negatieve gevolgen om te buigen naar die manieren van doen die meer stabiel en controleerbaar zijn. Daarbij is het nodig om in faalsituaties terecht te komen zodat de nieuwe manier van toeschrijven ook daadwerkelijk geoefend kan worden!

Fouten maken moet
“Tuurlijk mag je fouten maken, dat is nodig om te leren om beter te worden!” Het klinkt zo gemakkelijk wanneer we het iemand horen zeggen. Maar wat gebeurt er wanneer we een spectaculaire screw-up maken? Je wordt geraakt, emoties spelen op en zetten je in beweging. We lachen, kijken langzaam om ons heen in de hoop dat het niemand is opgevallen– of nog beter – doen simpelweg alsof er niets is gebeurd. En de volgende keer doen we nog beter ons best, we stellen minder vragen, komen niet meer met ideeën om maar niet dom over te komen. We houden onze mond tijdens de vergadering. Daarom is het geven van aanmoediging en ondersteuning zo belangrijk om dit tóch te doen. De eigen oordelen, het gevoel dat jij beter of meer kan dan de ander te veranderen.

Stress
Want hé hallo… mag ik je even wakker schudden? Leren doe je niet vanuit stress en oordelen! Het gevoel te mogen proberen, gesteund en gezien worden zorgt voor het gebruiken van het kapitaal van elke medewerker en het vormgeven van een omgeving waarin we durven te zijn en ontwikkelen. De plek waar je veilig plezier kan hebben, je talenten worden gewaardeerd en daarop wordt gefocust zorgt voor motivatie, ontwikkeling, betrokkenheid en positiviteit. Het stimuleert verandering, flexibiliteit en openheid. Je durft het leren aan te gaan buiten de zo ‘doen we het altijd al’ en ‘zo hoort het’ box.

Vier stappen waar jij al mee aan de slag kan

  1. Erken dat je een keuze hebt. Je hebt een keuze in hoe je uitdagingen, tegenslag en kritiek ervaart. Je hebt een keuze in de betekenis die je daaraan geeft. Je kunt ze interpreteren als signalen dat je tekortschiet, maar je kunt ze ook interpreteren als signalen dat je aan de slag moet om je strategieën bij te stellen, meer inzet te tonen en te werken aan je vaardigheden. Als je erkent dat je een keuze hebt in de betekenis die je aan situaties geeft, ontstaat er ook ruimte om dit te gaan veranderen.
  2. Word je bewust van de innerlijke stem die op een gefixeerde mindset duidt. Het is belangrijk om te herkennen welke mindset er aan het woord is. Let daar eens een tijdje op. Merk welke woorden er in je opborrelen als je te maken hebt met uitdagingen, tegenslag en kritiek of feedback.
  3. Praat terug als je gefixeerde mindset aan het woord is. Als je je daarvan bewust bent, verander die woorden dan in woorden van een op groei gerichte mindset.
  4. Onderneem een op groei gerichte actie. Oefen met horen en herkennen van de verschillende stemmen van de twee mindsets. Oefen met handelen vanuit een groeigerichte mindset door uitdagingen aan te gaan, lering te trekken uit tegenslag, opnieuw te proberen, kritiek aan te horen en daar iets mee te doen.

En dan toch weer…
Je doet zo je best en dan nog kom je toch nog steeds op anderen over zoals je eigenlijk niet zou willen. Je komt in een situatie waarin iemand iets doet, of jij iets doet, waardoor dit beeld van jou ontstaat wat voor jou niet klopt of je niet wilt zijn. Je voelt je alsof de bodem onder je weg zakt. Je labelt het als niet goed en weer niet gelukt. Dit is het gevoel van falen en hij komt goed binnen. Mag je van jezelf oefenen om de regel dat je niet mag falen, dat  niemand over je mag klagen of dat er geen kritiek op je mag zijn wat minder waar te laten worden? Die regel zit namelijk na al die jaren best diep geworteld. Het kost tijd om dat te veranderen. En het is nog lastiger als je omgeving die regel nog steeds voedt. Het beeld en de verwachten dat het jou allemaal wel lukt is niet zomaar weg. Want jarenlang heb je hard gewerkt om dat te bewijzen. Als je gelooft dat als je vertelt over wat je kan en wilt dat je het ook perfect moet kunnen dan kom je vast te zitten. Vaak letterlijk. Je bent mens, hebt betere dagen en mindere dagen, probeert en er gaat weleens iets mis. Als je dat durft te geloven, kan je meer gaan doen van wat je wil en kan en je ideeën uit gaan proberen, verbeteren en van waarde laten zijn.

Eén van de vele manieren om jezelf los te krijgen is het onderzoek volgens de vier vragen van Byron Katie en de omkeringen die daarbij horen:

  1. Is het waar? (Ja of nee. Bij nee ga naar vraag 3)
  2. Kun je absoluut weten dat het waar is? (Ja of nee)
  3. Hoe reageer je, wat gebeurt er, als je die gedachte gelooft?
  4. Wie zou je zijn zonder de gedachte?

Eerlijk gezegd vond ik deze vragen vroeger maar slap geklets. Gezever voor geitenwollensokken. Totdat ik het principe begon te begrijpen waar het op aanstuurt: Zoek bewijzen van het tegendeel! Als jij vindt dat je precies moet weten wat je gaat doen voor je je voorstel of idee deelt, riskeer je dat je maandenlang wacht en het probleem waar jij de oplossing voor kan hebben veel groter wordt. Wellicht ben je inmiddels ingehaald door ideeën van anderen. Dat is wat mij in het verleden namelijk ook al een aantal keer gebeurd is. Als je het aankondigt moet je ook daadwerkelijk gaan proberen. En wat als het mislukt? Dan heb je geleerd wat je volgende keer kan gebruiken waardoor je toch verder komt. Wat nu als het slaagt en je nog meer kan gaan doen van wat je heel goed kan en waar je energie van krijgt?

Laten we nu, aan de hand van de vier vragen, jouw overtuigingen eens onderzoeken. Pak een ‘regel’ iets waarvan je overtuigd bent waar je niet geschikt voor bent, of wat je vindt dat je anders moet aanpakken/reageren.

1. Is het waar?

Stel jezelf die vraag. Wees stil. Als  je echt de waarheid wilt weten, zal het eerlijke ja of nee van binnenuit als antwoord naar boven komen als je een situatie in je geest naar boven haalt. Wacht op het antwoord dat naar boven komt. (Het antwoord op vraag 1 en 2 is slechts één lettergreep lang: het is of ja of een nee. Kijk of je enige verdediging ervaart als je antwoordt. Als je antwoord ‘omdat’ of ‘maar’ bevat, is dit niet het eenlettergrepige antwoord waar je naar op zoek bent en doe je de oefening niet op een effectieve manier. Je bent op zoek naar vrijheid buiten jezelf. Dan geldt óf deze regel niet en zou je niet geraakt worden als hij gebroken wordt (geen weerstand als ik je dat als opdracht zou geven of geen rotgevoel als het je overkomt in het leven).2

2. Kun je zeker weten dat het waar is?

Denk na over deze vragen: In die situatie, kan ik absoluut weten dat het waar is dat ik door … (regel) juist wel/niet te doen ik geen …. (waarde) meer kan ervaren?

3. Hoe reageer je, wat gebeurt er, wanneer je die gedachte gelooft?

Hoe reageer je emotioneel wanneer je dit gelooft? Maak een lijstje. Wees stil, neem waar. Bijvoorbeeld: ‘Ik voel me gefrustreerd en boos. Ik heb de neiging om te stoppen. Ik ben kritisch over mezelf. Ik ga nog harder werken.’ Maak je lijstje verder af terwijl je de situatie bekijkt en sta toe dat er beelden in je opkomen om je te laten zien hoe jij reageert als je die gedachte gelooft. Brengt die gedachte geluk of stress in je leven? Welke fysieke sensaties en emoties komen naar boven wanneer je die gedachte gelooft?

4.Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Vraag je nu af wie je zou zijn, in diezelfde situatie, zonder die gedachte. Wie (of hoe) zou je zijn in diezelfde situatie, als je die gedachte niet zou geloven?

Doe je ogen dicht. Neem de tijd. Kijk naar wat zich openbaart. Wat zie je nu? Bekijk het verschil.

Keer het om.

Dit is het belangrijkste onderdeel van de oefening: Keer het om en zoek bewijzen!

De oorspronkelijke uitspraak ‘ik moet weten wat ik precies doe, voordat ik mezelf kan presenteren op een podium’ wordt: ‘ik kan mezelf prima presenteren op een podium en wellicht is dat een manier om erachter te komen wat ik precies wil’. En ‘ik ben zo chaotisch, ik word nooit een goede leerkracht, wordt ‘ik ben een prima leerkracht wiens kracht zit op het vinden van oplossingen om kinderen echt verder te helpen’. ‘Als mijn sollicitatie onduidelijk is krijg ik nooit een baan’ wordt ‘een baan vind ik in het contact dat ik makkelijk maak. Ik kan vragen tijdens een gesprek wat er verbeterd kan worden, zodat de teksten duidelijker worden en aansluiten bij wat ik uitstraal, wil en kan’.

Ga op zoek naar bewijs dat dit OOK waar is

Zoek minstens drie specifieke, echte voorbeelden hoe deze omkering waar is in je leven. Mocht je geen voorbeelden kunnen vinden in je eigen leven, en volg je de ‘regels’ die je vroeger op school of thuis geleerd hebt, dan is dit soms een moeilijke stap. Vraag hulp in je netwerk, de groep mensen die je steunt en kent. Dit is de belangrijkste stap, dus zorg dat je hiermee aan de slag gaat!

Wat neem jij mee uit deze oefening?

Schrijf het op in je werkboek.

Nabrander

Als je je verandering ziet en bemerkt, maar op je werk blijven reacties komen die je hinderen in wat je wil, ga daar dan het gesprek over aan. Net als jij heeft je leidinggevende of collega regels, moet hij/zij bewust worden, je verandering zien en dan ook nog kunnen accepteren. Merk je dat het stroef blijft lopen, dan mag je jezelf de vraag gaan stellen is deze plek de omgeving waar ik verder kan komen of moet ik zoeken naar een andere plek. Met wat je nu weet wat je kan en wil en hoe je wilt zijn is een passende plek vinden wellicht niet direct voor handen, maar je kan wel beter selecteren en met geduld op de juiste plek terecht komen.

[i]         Abd-El-Fattah, S.M, (2006) The implicit theories of intelligence: A review of Carol Dweck’s motivation process model. International Education Journal, 7(4), 1443-1475.

[i]         Leijsen, M. (2009), Samenhang tussen reflectieaspecten, attributiestijl en studiemotivatie. (Masterthesis Onderwijskunde, Universiteit van Utrecht) Afkomstig van: https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/40627/ Masterthesis%20Leijsen%2C%20M%20van-0108731.pdf?sequence=1.

Hieronder download je het werkblad om te printen en toe te voegen aan je (digitale) werkmap.

× Stuur een bericht