Oefening: De Sprong

Het gevoel hebben dat we falen willen we liever niet en vermijden daarvan is misschien bijna een automatisme. Gebruik jij één of meerdere van de volgende strategieën om van dat gevoel af te komen. Wat kun jij doen om te zorgen dat ze vanuit positieve emoties en de groei mindset in beweging komen?

Zelfmedelijden

De eerste manier waarop we faalgevoelens proberen kwijt te raken is met zelfmedelijden. Je herkent dit doordat je je focust op het gevoel, in plaats van op hetgeen er is gebeurd. Je ziet het gevoel als een probleem dat je op mag lossen. En daarmee dwalen je gedachten af van de oorzaak en los je het simpelweg ook niet op. Als je bijvoorbeeld in aanmerking wilde komen voor een project, maar je bent het net niet geworden, dan ben je meer bezig met het verlies aan vertrouwen (in jezelf of dat anderen in je zullen hebben) dan het feit dat het deze ronde niet gelukt is om als winnaar uit de bus te komen. Zelfmedelijden is daarom het equivalent van emotioneel drijfzand. Het leidt je af van het herkennen van ‘doen wat nodig is’, om te keren en je leven in eigen hand te nemen.

Onderdrukking

De tweede manier waarop we faalgevoelens vermijden is ze te onderdrukken. In een poging om te ontsnappen aan de angst, woede, verdriet en machteloosheid, duwen we deze hulpeloze gevoelens weg zodat ze buiten ons bewustzijn komen te liggen. Deze methode is populair in de westerse cultuur voor het omgaan met gevoelens. We vertellen onszelf ‘doe niet zo moeilijk’ of ‘het komt vast wel goed’ of ‘hij bedoelde het niet zo’. We kunnen zelfs trots zijn op onze mentale discipline. We geloven dat mentale kracht betekent dat we ons nooit ongelukkig voelen.

Angst, woede en verdriet zijn natuurlijke emoties als het leven ons niet geeft wat we willen. Echter, als je een tijdje omgaat met kinderen en hun ouders (of er zelf een bent) weet je waarschijnlijk als geen ander dat de meeste volwassenen de neiging hebben gevoelens te sussen. We willen ervoor zorgen dat kinderen hun verdriet, woede, irritatie en teleurstelling inhouden, of deze in ieder geval niet uiten, alsof we zo hopen dat ze hetgeen ze nog niet kunnen (want daar zit vaak de frustratie in) alsnog gaan leren. Het doel van negatieve gevoelens is je te waarschuwen voor het feit dat je wensen in gevaar zijn. Als iemand die je lief is niet op je reageert, dan voel je je afgewezen. Als geld schaars is, dan wordt je bang voor je overleving in de toekomst. Als je moeite hebt met een taak of opdracht, dan voel je je ontoereikend. Emotionele pijn is als fysieke pijn: het is een geavanceerd waarschuwingssysteem om je te vertellen dat er iets mis is. Angst, afwijzing, en woede zijn krachtige tools om door het leven te navigeren.

Wanneer we onze negatieve gevoelens onderdrukken, verbergen we onze hulpeloosheid rondom falen. We zeggen eigenlijk; ik ben beter af door mijn hulpeloosheid te vermijden, want dit is een probleem waarmee ik niet kan omgaan. Om je gevoelens niet langer te onderdrukken heb je duidelijkheid nodig. Je moet precies weten waarover je hulpeloze faalgevoel gaat. Als je het onderdrukt, ben je er blind voor. Als je blind voor je hulpeloosheid bent, kun je deze ook niet overwinnen. En overwinningen heb je nodig om te slagen!

Verloochenen van je wensen

De derde manier waarop we faalgevoelens vermijden is om onze verlangens te verloochenen. In een naïeve poging om teleurstelling te voorkomen, doen we alsof winnen niet uitmaakt.

– Ik heb die opdracht niet gekregen maar dat maakt me niet uit. Er komt wel wat anders op mijn pad

– Ik wil graag doen wat ik leuk vind. Rijk hoef ik er niet van te worden.

– Ik heb geen fancy huis nodig. Rijke mensen missen de betekenis van het leven.

– Sommige mensen zijn gewoon beter in de schijnwerpers. Ik hoef dat niet zo nodig

Geloven in je eigen gelijk

De vierde manier waarop we faalgevoelens vermijden is hardnekkig beweren dat we gelijk hebben in de manier waarop wij omgaan met onze relaties, carrière en geld – zelfs als we niet winnen. We beschermen ons zelfbeeld ten koste van alles. We willen onze zwakheden niet toegeven, zelfs niet voor onszelf. We willen wanhopig geloven dat we in staat zijn om eigen problemen op te lossen. Vaak geloven we dat we meer succesvol zijn dan we in werkelijkheid zijn. Als we overtuigd zijn van ons eigen gelijk, zijn we minder geneigd om te zoeken naar experts, mentoren, onderwijs en advies. Zonder frisse ideeën over hoe te winnen, vallen we terug in de hulpeloosheid en zijn we ervan overtuigd dat winnen onmogelijk is.

Wat je doet/ wil doen onder verdelen in een kwadrant in een kwadrant, waardoor je inzichtelijk maakt waar je prioriteiten moeten liggen. Het helpt je keuzes te maken. Het helpt je ‘nee’ te zeggen tegen datgene wat anderen op je bordje leggen en ‘ja’ te zeggen tegen datgene wat jij te bieden hebt (hoe spannend dat ook moge zijn). Je snapt al dat we op zoek mogen naar datgene wat jij het liefst voor je uit schuift.

Kwadrant 1: Belangrijk en urgent

In dit kwadrant worden de branden geblust. Het is je vaak meteen duidelijk wat hieronder valt. Het oplossen van allerlei acute problemen, klachten, projecten met een deadline op korte termijn. Dit moet gedaan worden en kan niet wachten. Dit kwadrant is het stresskwadrant. Alles wat hierin staat, levert stress op. Zaak dus om dit vak zo leeg mogelijk te houden.

Kwadrant 2: Belangrijk maar niet urgent

Dit is het belangrijkste kwadrant. Hier ligt de basis voor succes. Misschien valt het je niet mee om genoeg ruimte of tijd voor dit kwadrant te vinden, maar het is echt superbelangrijk. In dit kwadrant kun je plannen maken en verbeteren, hier is ruimte voor (persoonlijke)  ontwikkeling en kansen.

Kwadrant 3: Onbelangrijk en urgent

Hier ben je vaak de branden van anderen aan het blussen. Je wordt om de haverklap gestoord, gebeld of gemaild of iemand anders verwacht dat jij zijn of haar problemen zult oplossen. Als je niet oppast, krijg jij allerlei extra (voor jou onbelangrijke) taken op je bord die je eigenlijk niet wilt. In dit kwadrant wordt een beroep gedaan op je empathie en hulpvaardigheid, en waar je het vaakst nee moet zeggen omdat het je niet past.

Kwadrant 4: Onbelangrijk en niet urgent

Dit kwadrant moet je zoveel mogelijk vermijden, want hier doe je onnodige dingen. Dit zou je het ‘vluchtkwadrant’ kunnen noemen, bijvoorbeeld als je geen zin hebt in je werk of geen duidelijke doelen hebt. In dit kwadrant zitten ook al die dingen die je op een stapel gooit en die daar na een jaar nog steeds liggen.

Vervolgvragen

Pak je werkboek erbij en:

– Kijk nu eens naar de zaken die jij doet, zaken die je eerder al beschreef in de afgelopen maanden. Wat valt in welke kwadrant.

– En hoe zit het met zaken die je wellicht wel wilt maar niet durft, omdat je ze spannend vindt? Waar horen ze thuis?

– Heb je spannende zaken genoemd die in categorie twee vallen? Die belangrijk zijn voor je maar niet urgent genoeg om er direct mee aan de slag te gaan? Dit is het moment om dat wel te doen! Beschrijf hoe je dat mogelijk kunt maken.

Door geregeld iets te doen wat voelt als een sprong in het diepe, word je effectiever. Je bent vaker met andere mensen en zo dus kom je er sneller achter wat wél en wat niet de juiste respons oproept. Je pikt praktische hindernissen sneller op, zodat je er wat aan kunt doen of je plannen kunt aanpassen, voordat je er een hoop tijd en inspanningen in hebt gestoken. Je krijgt meer oefening in dat wat je wilt doen (aangezien een sprong ervoor zorgt dat je het ook echt doet) en kunt zo je vaardigheden aanscherpen. Ben jij er klaar voor? Let’s go!

Een sprong moet aan de volgende criteria voldoen:

De sprong zorgt ervoor dat je ter plekke het gevoel hebt dat je groeit, doordat je ‘enge’ dingen doet die je normaal gesproken het liefste uitstelt. Het moet binnen een of twee weken afgerond kunnen worden. Het is iets eenvoudigs: een actie die je in een kort zinnetje kunt beschrijven, bijvoorbeeld: een idee bespreken op je werk, het woord vragen in een vergadering, een gesprek aangaan met iemand die je wellicht kan helpen.

De sprong zorgt ervoor dat de adrenaline gaat stromen, omdat een sprong je uit je comfort zone haalt. Voel je geen adrenaline? Dan is de actie die je wilt ondernemen geen sprong. Kies een sprong die eng voelt en waar je toch nog om kunt lachen als het mis zou gaan. Daaronder is vluchtgedrag, daarboven ben je jezelf alleen maar aan het bewijzen dat je een doorzetter bent. Je angst zal er niet door verminderen.

Een sprong zorgt ervoor dat je in contact komt met jezelf én anderen die je wilt bereiken of beïnvloeden. Springen kun je niet in eenzaamheid. Een strategie voor de lancering van het nieuwe product dat je team heeft ontwikkeld is geen sprong. Het op papier zetten van de missie die je voor ogen staat voor de non-profitorganisatie die je wilt beginnen is geen sprong. Het opstellen van een lijst met mensen die je wilt uitnodigen om zitting te nemen om iets van jouw idee te vinden is geen sprong. Het zijn stuk voor stuk uitstekende acties, ze kunnen je vast een spannend gevoel bezorgen en je project verder helpen, maar het zijn geen sprongen, want er is geen sprake van contact tussen jou en degenen die je wilt. Het bedenken van een strategie voor de lancering van dat nieuwe product en die strategie vervolgens voorleggen aan cruciale belanghebbenden is wél een sprong. Je missie op papier zetten en een bijeenkomst beleggen om feedback te krijgen van mogelijk grote donateurs is wél een sprong. Het opstellen van een lijst met mensen die je wilt uitnodigen om je project verder te helpen, en vervolgens een van die mensen bellen en uitnodigen is wél een sprong.

Je maakt de sprong met de bedoeling ervan te leren. Er zijn veel redenen om een sprong te wagen om jezelf tot actie aan te zetten, maar het belangrijkste is dat je er iets van opsteekt! Springen werkt het best als je het aanpakt vanuit een specifieke vraag die je beantwoord wilt zien. Als je sprong bijvoorbeeld is dat je die collega gaat benaderen, zou die vraag misschien kunnen luiden: Werkt mijn praatje om die collega enthousiast te maken?’ Als je sprong is dat je je idee voor het nieuwe product je team wilt enthousiasmeren, zou de vraag kunnen luiden: ‘Is deze presentatie boeiend voor de collega’s die ik wil aan spreken?

Sprong in het diepe!

Wil je veranderen, dan mag je dagelijks kleine sprongetjes gaan maken. Zodat je gewend raakt aan het goede doen voor jezelf en je werk. Succesvol word je niet door één briljante presentatie of een half jaar zwoegen op een plan. Succesvol word je zodra je dagelijks dingen doet waarmee je net wat verder gaat dan wat comfortabel voelt en wanneer je met anderen daarover gaat communiceren.

Om in actie te komen is het belangrijk de volgende vragen aan jezelf te stellen, schrijf het uit in je werkboek:

Vraag 1: is het een actie uit kwadrant 2?

Vraag 2: is het klein genoeg om binnen twee weken uit te voeren?

Vraag 3: Comfort, groei of paniekzone?

Omschrijf nu jouw sprong en de datum dat je die sprong voltooid hebt.

Noteer daarna alle acties (zo klein mogelijke stappen) die je moet doen om tot deze actie te komen. Pak je agenda en plan in dat je ook daadwerkelijk dingen gaat doen. Deel daarna jouw plan met 1 of 2 anderen (of vraag hulp om de vragen hierboven te beantwoorden en de actie inderdaad zo klein mogelijk te houden).

Evaluatie van jouw sprong

Beschrijf na je sprong hoe het je verging. Ben je inderdaad aan de slag gegaan met een doel dat ‘niet zo heel eng’ was? Gunde je jezelf een klein doel met waarschijnlijk positieve ervaringen? Kon je kleine tussenstappen bedenken en uitvoeren? Voelde het goed om het op deze manier te doen? Wat ga je volgende keer anders doen? Wat heb je daarvoor te leren of te doen, en hoe ga je jezelf daarin trainen?

× Stuur een bericht