Hieronder staat er in het kort meer over hoogsensitiviteit uitgelegd. Het kan zijn dat je in heel veel dingen herkent, maar misschien juist ook niet. Beide is goed en helpt je om meer inzicht in jezelf te krijgen.

De theorie is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek wat tot nu toe bekend is. Het lijkt al heel veel als je alle (deel)onderzoeken erover leest, maar we weten ook nog heel veel niet. Je zult in de praktijk ook verschillende meningen en theorieën over hoogsensitiviteit tegen komen. Deze theorie is vanuit wetenschappelijk onderzoek ontstaan en bedoelt als aanvulling op de oefeningen en coachgesprekken. Het is aan jou wat je ter voorbereiding van de oefeningen en coachingssessies doorneemt of dat je het later nog doet, of allebei.

Te?

Hoogsensitiviteit wordt vaak in adem genoemd met ‘te gevoelig’, ‘te verlegen’, ‘te moeilijk’ of ‘te emotioneel’. Dat maakt dat veel mensen die hoogsensitief zijn, een afweer hebben om zichzelf zo te noemen. Ze herkennen zich niet altijd in de beschrijvingen die zijn terug te vinden. Mensen die er wel over spreken, hebben het ook nogal eens over chakra’s, energie, bubbels tegen prikkels of zaken als edelstenen of magneetzooltjes In beide gevallen wordt de nadruk gelegd op hoogsensitiviteit als last. Daarnaast hebben dit soort zaken helemaal niets te maken met hoogsensitiviteit.

Non-issue

Hoogsensitiviteit (hsp) is in principe een non-issue. Hsp is een persoonskenmerk wat niet voor problemen hoeft te zorgen. Net als bij mensen die niet hoogsensitief zijn kunnen er omstandigheden zijn waardoor niet alles optimaal gaat zoals we zouden wensen en mogen we daar nog in ontwikkelen. Omdat een hoogsensitief persoon prikkels dieper verwerkt, de omgeving waarin je bent opgegroeid én je in bevindt een grotere invloed heeft dan bij een niet hoogsensitief persoon, kan je meer last hebben van prikkels en omstandigheden. Dit komt later nog verder aan de orde bij het hoofdstuk ‘omgeving’. Het is zeker niet zo dat ieder hoogsensitief persoon ongemakken ondervindt van de hoogsensitieve eigenschap. In principe is hoogsensitiviteit daarom een non-issue. Hsp’ers zijn geen zielige muurbloempjes, ze willen juist genieten van het leven, bij voorkeur niet een beetje, maar voluit, het kan wel op een andere manier zijn dan niet hsp’ers, maar dat betekent niet dat het een issue is. Zo is dus de stempel dat hsp’ers verlegen zijn een verkeerde term, het zijn wel mensen die waarnemen. Ze zijn misschien niet direct grappig, maar hebben begrip en het zijn meestal geen snelle beslissers, want het zijn denkers. Ze krijgen geen aandacht door lawaai, maar door prestaties.

Het persoonskenmerk hoogsensitief heeft ‘maar’ 15% tot 20% van de bevolking en je mag daarom gaan begrijpen dat er daarom een aantal mythen zijn die doorgeprikt mogen worden en het mag positief zichtbaar gemaakt worden wat het betekent om hoogsensitief te zijn. Wat de voordelen zijn en hoe we deze optimaal kunnen inzetten.

Je hoeft niet hetzelfde te doen als wat anderen doen. Je mag je eigen pad maken, prutsen en vooral jezelf goed genoeg gaan vinden zoals je bent. Ook mag je je best doen om de niet hoogsensitieven te begrijpen zonder je beter of minder te voelen. Dat gaat jou als persoon helpen.

3.1 Wetenschappelijk onderzoek

Het lijkt of hoogsensitiviteit een nieuwe ontdekking is, maar dat is zeker niet zo. Jung had het eind 19e eeuw al over sociale introversie en in 1935 werd het boek Der Sensibeler mens geschreven. In de jaren 90 deden Elaine en Art Aron onderzoek naar hoogsensitiviteit en bestudeerden wetenschappelijke onderzoeken die aan dit thema gerelateerd waren. Zij ‘ontdekten’ hoogsensitiviteit dus niet maar gaven het wel een naam waardoor het meer bekend werd.

Het onderzoek van Elaine Aron en Art Aron

In 1997 publiceerden Elaine Aron en Art Aron de resultaten van hun onderzoek naar verschillen tussen mensen en de verschillende manieren waarop mensen reageren op signalen vanuit hun omgeving. Ze introduceerden de term High Sensitivity, in het Nederlands vertaald als hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid.

Zij namen ten opzichte van alle eerdere onderzoeken een nieuw standpunt in: ze gaven aan dat er aan de basis van hsp een algemene sensitiviteit van het zenuwstelsel ligt en een grondigere (diepere) verwerking van interne en externe prikkels. Zij schreven over hoogsensitiviteit als een aangeboren kenmerk, terug te vinden bij zowel kinderen als volwassenen.

Hoogsensitiviteit volgen Aron

Hoogsensitiviteit is volgens Aron een persoonlijkheidstrek waarbij er een intensere reactie op prikkels plaatsvindt en informatie dieper, meer reflectief verwerkt kan worden. Hsp’ers worden makkelijk gestimuleerd door nieuwe prikkels. Ze zijn eerder geneigd om te pauzeren en af te wachten, in te schatten in plaats van te handelen, te reflecteren en op basis van nieuwe ervaringen na te denken over wat te doen, in plaats van direct in actie te schieten. 

Kenmerken van hoogsensitiviteit: DOES

Volgens Aron is het centrale kenmerk van hoogsensitiviteit de diepere verwerking van prikkels van binnen en van buiten. De gevolgen hiervan heeft Elaine Aron verder uitgewerkt. Ze legde de 4 belangrijkste kenmerken uit met het woord DOES: Diepgaande verwerking (Depth of Processing), Overstimulatie (Overstimulation), Emotionele intensiteit (Emotional Intensity) en Sensorische sensitiviteit (Sensory Sensivitiy) (E. N. Aron, 2010, 2012)

Diepgaande verwerking

Diepgaande verwerking (volgens Aron het meest centrale en belangrijkste kenmerk van hoogsensitiviteit), herkennen we o.a. aan algemene bedachtzaamheid, de tijd nemen voor beslissingen, nauwgezetheid en een rijke verbeeldingskracht. Diepgaande verwerking leidt tot een scala aan talenten, zoals goed het overzicht kunnen bewaren, creatief denken, problemen inschatten, mogelijke oplossingen voor die problemen bedenken, zich goed in anderen kunnen verplaatsen, wens om anderen te helpen.

Deze diepgaande vorm van verwerking kan ook nadelen hebben. De mate van het last hebben van de nadelen heeft vaak te maken met de omgeving waarin je als hsp’er bent opgegroeid of mee te maken hebt. Nadelen die kunnen worden ervaren zijn bijvoorbeeld veel nadenken of piekeren, moeilijkheden met loslaten, de gebeurtenissen van de dag nalopen in gedachten (Wat heb ik gedaan en gezegd en was dat wel goed?). Denken aan morgen of dagen erna; hoe zal het zijn, kan ik me dan wel redden? Je afvragen wat de bedoeling is; of wat je zou kunnen doen om goed genoeg bevonden te worden. Je vraagt je af wat anderen van je verwachten. Wat is goed en wat is fout.

Nieuwe dingen vinden hoogsensitieve mensen soms moeilijk, als je gezond bent is er mentaal niets waardoor je geen nieuw dingen of situaties aan zou kunnen. Waarom je als hoogsensitief persoon liever geen nieuwe dingen aan gaat is omdat het moeite kost en de kans op overprikkeling aanwezig is. Dat vind je vaak niet prettig waardoor je het ‘nieuwe’ liever niet doet. Het is zelfbescherming.

Overstimulatie 

Overstimulatie is eigenlijk hetzelfde als het activeren van je stresssysteem. Je krijgt een fysieke reactie op een gebeurtenis, bijvoorbeeld een snellere hartslag of zweten in een stressvolle situatie. Zo kan je als je een presentatie mag geven voor een groep niet bijzonder zenuwachtig zijn, maar daarna toch merken dat je bijvoorbeeld toch gezweet hebt terwijl je het niet warm had. Wanneer je stresssysteem aangaat dan kan je minder goed denken en worden je prestaties minder, dat heb je trouwens niet direct door, je hebt eerder het gevoel dat je de hele wereld aan kan. Dat komt door de stresshormonen. Meer hierover lees je in het hoofdstuk over stress.

Emotionele intensiteit

Emotionele intensiteit betekent dat hoogsensitieve personen over het algemeen intensere emotionele reacties zouden hebben. Dit kan je merken aan je reactie bij het kijken van gewelddadige films of nare nieuwsberichten. Je kan het ook merken aan een sterke gevoeligheid voor kritiek. De reacties zijn trouwens vooral niet alleen negatief, hoogsensitieve mensen hebben ook sterkere positieve reacties. Ze lachen bijvoorbeeld sneller en worden sneller dan gemiddeld emotioneel geraakt door kunst of muziek.

Een ongelukkige jeugd kan er wel voor zorgen dat negatieve emoties de overhand krijgen. ‘Heb ik daar iets mee te maken? Hoe kan ik het goedmaken?’, dat zijn vragen die voor kunnen komen bij hoogsensitieve mensen wanneer zij prikkels verwerken. Prikkels zoals een non-verbale reactie als een opgetrokken wenkbrauw van iemand anders. De roetsjbanen van emoties, mee voelen en mee lijden, een onbedwingbare drang om te zorgen voor een ander en daarbij jezelf nog weleens vergeten is niet iets wat je altijd hebt of moet hebben als hoogsensitief persoon, het kan zijn dat je het herkent, maar dat zijn juist de zaken waar je je jezelf in kan trainen.

Sensorische sensitiviteit

Hoogsensitieve mensen zouden zich sterker bewust zijn van subtiliteiten in de omgeving en worden ook sneller geïrriteerd door onschadelijke stimuli zoals fel licht, veel geluid of geroezemoes, gesprekken door elkaar, ruwe stoffen of onaangename geuren. Je zintuigen werken niet beter, maar prikkels komen wel sterker binnen. Smaken en texturen kunnen een uitdaging vormen; stukjes, brokjes, vlokjes zijn niet echt prettig. Er is vaak veel mondgevoel. Zo kan je bij kinderen zien dat ze sommige maaltijden gemakkelijk eten als het oké is en bijvoorbeeld rijst in hun mond houden. Je ziet ze elke hap weer voelen wat er in hun mond zit. De huid kan gevoelig zijn voor knellend ondergoed, etiketten en te warm of te koud water. Aron (2012) ziet bij sensorische sensitiviteit drie facetten: het hebben van een lage pijngrens, het opmerken van subtiele verschillen en een beperkte tolerantie als het gaan om intense stimuli.

Het vervolg

Na de uitkomsten van Aron zijn er onderzoekers geweest, die naar aanleiding van de uitkomsten van Aron verder onderzoek hebben gedaan. Daaruit kwam naar voren dat hoogsensitiviteit niet uit vier (DOES) maar uit drie factoren bestaat. Onderzoek van o.a. Elke Van Hoof bevestigt het driefactorenmodel als het beste alternatief.

Dat betekent dat de vragenlijst die je nu nog heel veel op internet vindt en in het boek van Aron staat niet zo betrouwbaar is om te achterhalen of je hoogsensitief bent. Er is inmiddels ook onderzoek gedaan naar de vragenlijst en de uitkomsten bevestigen het vermoeden. 

De resultaten zijn al gepresenteerd, maar nog niet officieel gepubliceerd. Daarom gebruik ik deze nog niet. Om te ontdekken of je hsp bent is de beste manier een diepte interview met een hsp deskundige, maar er zijn geen testen om te bepalen of je het persoonskenmerk hsp hebt of niet. Eigenlijk is dit ook niet heel belangrijk. Dé hsp’er bestaat niet en hsp is geen ziekte of stoornis waarvoor therapie nodig is. Het is wel belangrijk als je problemen ervaart in je leven en hulp zoekt dat het bij een deskundige is die weet wat hsp is.

3.2 De drie factoren volgens van Hoof

 Emotionaliteit

Emotionaliteit is te omschrijven als het gemak waarmee je mentaal overweldigd raakt, snel opschrikt, je niet kunt concentreren met veel honger, je snel opgejaagd kunt voelen als je teveel moet doen in korte tijd.

Dus ook wel de mate waarin je reageert op prikkels of daar last van hebt. Iemand die hier hoog op scoort is nog niet direct hoogsensitief, het heeft ook met de andere twee facetten te maken. Veerkrachtige hoogsensitieve mensen kunnen omgaan met deze prikkels.

Overprikkeling

Overprikkeling is de mate waarin je reageert op externe zintuiglijke prikkels zoals fel licht, sterke geuren, labeltjes en prikkels van kleding en stoffen. Het onderscheidt tussen ‘overprikkeld’, ‘een sterke emotionele reactie’ en ‘negatief reageren op sterke sensorische stimuli’ is soms moeilijk hard te maken. Iemand die zich hierin herkent is ook niet per definitie hoogsensitief.

Sensitiviteit

De D + S van Aron’s DOES worden bij Van Hoof Sensitiviteit genoemd. Deze ‘kern van hoogsensitiviteit’ gaat dus over waarnemen en op een diep niveau verwerken van prikkels. Dit is een voorwaarde om te kunnen spreken over hoogsensitiviteit. Emotionaliteit en Overprikkeling kunnen daar het gevolg van zijn.

Sensitiviteit is het vermogen je positief te laten raken door het leven. Dat zie je terug in vragen over geraakt worden door kunst en muziek, opmerken van nuances in de omgeving, een fijne neus voor delicate geuren, een goed gehoor, een rijke en complexe innerlijke belevingswereld en weten wat er nodig is om mensen zich in een fysieke omgeving weer prettig te laten voelen. Het gaat er hierbij niet zozeer over dat je er last van hebt, maar wel dat je het opmerkt en ervan kunt genieten.

Diepgaande verwerking heb je wél of niet. We spreken dus volgens Van Hoof van hoogsensitiviteit wanneer iemand zowel aan diepgaande verwerking voldoet, maar ook sterk omgevingssensitief is.

Punten die ik wil onthouden en waar ik mezelf

in herken, maar ook helemaal niet in herken:

× Stuur een bericht