In de herhaling…het is belangrijk dat je een ‘fit’ hebt met de organisatie. Dat je op een plek werkt en werk doet wat voor jou zinvol is. Wat voor jou zinvol is hoeft voor een ander niet zinvol te zijn. Dat maakt jou of de ander niet beter of minder. Er is geen goed of fout. Er is wel een juiste plek, de plek waar jij je tijd zinvol kan besteden. Een plek waar je je goed voelt. Daarom mag je nu per centrale waarde in je werkboek opschrijven hoe jouw waarde tot uiting komt in je (toekomstige) werk, aan de hand van de volgende vragen:

* Waarin komt deze waarde tot uiting in je werk?

* Leef je zelf ook altijd volgens deze waarde?

* Wanneer is het gemakkelijk deze waarde als richtlijn te nemen?

* Wat maakt deze waarde wellicht soms een uitdaging?

* Wat gebeurt er als je die waarde niet naleeft?

* Hoe kun je deze waarde gemakkelijker leven?

Beantwoord vervolgens ook nog de volgende vragen:

# Waaraan kun je je het meeste storen in deze wereld? Waarover kun je je opwinden? Wat zou je willen veranderen of bijdragen om deze zaken ten goede te wenden?

# Waar word je enthousiast over? Welke zaken, mensen, ideeën inspireren je het meest?

# Wat of wie kan jou ontroeren? Waardoor of door wie kun je geraakt worden?

# Voor welk van de waarden ben je bereid het risico te lopen om voor gek te staan?

Als laatste mag je terugbladeren en nog eens doornemen wat je van stap 1 tot nu hebt opgeschreven. Omcirkel de woorden die vaker (meer dan drie keer) voorkomen met een andere kleur. Schrijf in je werkboek op welke woorden vaker voorkomen. Wat zegt dit jou? Kan je een rode draad ontdekken?

× Stuur een bericht